1. Interpersoonlijk competent.
Communicatie en sociale vaardigheden. (luistervermogen, gesprekvaardigheid, etc) 2. Pedagogisch competent.
Goede omgang met leerlingen, ze moeten zich veilig voelen en weten dat ze bij jou kunnen komen met problemen etc. 3. Didactisch en vakinhoudelijk competent.
Je moet weten waar je over praat, de taal beheersen en het didactisch kunnen inzetten. 4. Organisatorisch competent.
Je moet kunnen organiseren en plannen, omdat leraren veel werk moeten doen. (o.a. nakijken en lessen voorbereiden) 5. Competent in samenwerken met collega's.
Je moet goed met je collega's om kunnen gaan, omdat je met zijn allen een voorbeeld voor de leerlingen moet zijn. 6. Competent in samenwerken met de omgeving.
Je moet weten wat er gebeurt in de maatschappij, en het gebruiken voor lessen zodat de leerlingen iets weten over de maatschappij als ze van school weg gaan. 7. Competent in reflectie en professionele ontwikkeling.
Je moet jezelf kunnen bekritiseren, en je moet kritiek van anderen aan kunnen nemen. Zodat je het kan gebruiken om je manier van lesgeven te verbeteren.
Communicatie en sociale vaardigheden. (luistervermogen, gesprekvaardigheid, etc)
2. Pedagogisch competent.
Goede omgang met leerlingen, ze moeten zich veilig voelen en weten dat ze bij jou kunnen komen met problemen etc.
3. Didactisch en vakinhoudelijk competent.
Je moet weten waar je over praat, de taal beheersen en het didactisch kunnen inzetten.
4. Organisatorisch competent.
Je moet kunnen organiseren en plannen, omdat leraren veel werk moeten doen. (o.a. nakijken en lessen voorbereiden)
5. Competent in samenwerken met collega's.
Je moet goed met je collega's om kunnen gaan, omdat je met zijn allen een voorbeeld voor de leerlingen moet zijn.
6. Competent in samenwerken met de omgeving.
Je moet weten wat er gebeurt in de maatschappij, en het gebruiken voor lessen zodat de leerlingen iets weten over de maatschappij als ze van school weg gaan.
7. Competent in reflectie en professionele ontwikkeling.
Je moet jezelf kunnen bekritiseren, en je moet kritiek van anderen aan kunnen nemen. Zodat je het kan gebruiken om je manier van lesgeven te verbeteren.